Speciale leesbegeleidingsvormen RALFI en Connect Vloeiend Lezen.

Leesbegeleiding gaat over méér dan AVI – niveaus en Cito-Dmt’s. Doelen, die louter in termen van toetsscores zijn gesteld, leiden vaak tot een armoedige didactiek. Kale leestechnische training in de vorm van woordrijtjes, flitswoordjes en werkbladen is niet motiverend, nauwelijks effectief en heeft geen enkele relatie met de uitdagende en rijke wereld van het boek (Allington,1987). Het doel van de leesbegeleiding kan dan ook nooit alleen maar de vooruitgang op toetsen zijn. Het ultieme doel is altijd dat de leerling een zelfstandige en gemotiveerde lezer wordt, een lezer die doorleest als de leesbegeleiding allang is afgelopen. Als kinderen echt betrokken zijn bij een boek gaat lezen bijna vanzelf; er ontstaat een ‘flow’; er wordt gelezen met passie. Het lijkt juist deze flow te zijn, die maakt dat de oproepsnelheid van woorden verbetert. Om dit te bereiken is een grote voorraad interessante boeken nodig met de leesbegeleider als krachtig begeleidingsinstrument.
Connect en RALFI zijn interventieprogramma’s voor probleemlezers. Ze zijn geschikt voor dyslectische kinderen, maar ook voor kinderen die op andere gronden leesproblemen ondervinden.


RALFI

De letters RALFI staan voor de beginletters van de interventieprincipes die in RALFI vertegenwoordigd zijn:
Repeated, Assisted, Level, Feedback en Instruction.
RALFI is bedoeld voor zeer zwakke lezers in groep 4 tot en met 8. Deze kinderen beheersen de spellende leeshandeling, maar blijven langdurig veel te traag lezen. Het lezen versnelt en automatiseert bij deze kinderen niet, soms is er daarnaast ook sprake van gokkend leesgedrag. Het centrale doel van RALFI is het verbeteren van de vloeiendheid van het lezen en daarmee het leesniveau. Vooral de techniek van het herhaald lezen is hierbij van belang. RALFI is een methodiek waarbij kinderen met leesproblemen relatief moeilijke, leeftijdsadequate teksten herhaald lezen, waarbij zij ondersteund worden door de leesbegeleider. Het programma RALFI wordt minimaal vier keer per week, bij voorkeur vijf keer per week, op verschillende dagen uitgevoerd. Bij de tekst- en/of boekkeuze ligt de nadruk op het leeftijdsadequaat niveau. Er worden drie technieken gehanteerd die bedoeld zijn om het lezen te vergemakkelijken en een succeservaring tot stand te brengen:

Voorlezen:
De begeleider leest vloeiend voor, het kind wijst bij met de vinger of met een kaartje.

Koorlezen:
Begeleider en kind lezen tegelijkertijd. Het kind wijst bij met de vinger of met een kaartje.

Duo - lezen:
Tijdens het duo – lezen ondersteun je elkaar door woorden voor te zeggen, waarbij geaarzeld wordt. Op fouten wordt neutraal gereageerd doordat de duo – partner het goede woord zegt. Het kind herhaalt vervolgens het woord. Alle keren wordt met hetzelfde stuk tekst gelezen, dat een omvang heeft van 100 tot 400 woorden. De eerste vier keer, dat een tekst wordt gelezen, leest de leesbegeleider de tekst eerst zelf vloeiend voor in een normaal leestempo. Het kind leest zo goed mogelijk mee, terwijl ze bijwijzen. Pas na het voor- en koorlezen van de tekst lezen de kinderen in duo’s de tekst zelf. De vijfde keer lezen ze de tekst zelf voor zonder dat de tekst eerst is voorgelezen. Voor kinderen, die erg veel fouten in een zin lezen, óf die fout gelezen woorden erg snel automatiseren, is het van belang dat de leesbegeleider direct het goede woord zegt. Het kind zegt het goede woord dan na en leest de zin dan nogmaals. Het is essentieel dat de wijze van feedback geven aan de kinderen wordt uitgelegd om frustratie te voorkomen. Kinderen begrijpen doorgaans prima dat het meteen noemen van het goede woord voorkomt, dat ze het woord verkeerd leren lezen. Ditzelfde geldt voor het eventueel herhalen van de zin. Als je het woord (de woorden) in de betreffende zin meteen nog een keer leest worden ze ‘goed in de hersenen opgeslagen’.


Connect Vloeiend Lezen

Connect Vloeiend Lezen is een programma voor kinderen, die de aanvankelijke leesbehandeling beheersen, maar niet komen tot het automatiseren daarvan. De centrale doelen van Connect Vloeiend Lezen zijn vloeiendheid en leeskilometers maken. Connect Vloeiend Lezen wordt minimaal 3 keer per week op verschillende dagen uitgevoerd. De sessies duren twintig tot dertig minuten. Bij de boekkeuze ligt de nadruk primair op de betrokkenheid van het kind. Er worden drie technieken gehanteerd, die bedoeld zijn om het lezen te vergemakkelijken en een succeservaring tot stand te brengen:

Voorlezen:
De begeleider leest vloeiend voor, het kind wijst bij met de vinger of met een kaartje.

Koorlezen:
Begeleider en kind lezen tegelijkertijd. Het kind wijst bij met de vinger of met een kaartje.

Zelfstandig lezen met ondersteuning:
Het kind wijst bij met de vinger of met een kaartje.
Als een zin er wat weinig vloeiend is uitgekomen herhaalt de begeleider de zin vloeiend en met een goede intonatie.

Er wordt in drie achtereenvolgende sessies gewerkt met dezelfde tekst. Deze tekst wordt tijdens iedere sessie twee keer gelezen door het kind. De eerste keer in koor, de tweede keer leest het kind zelfstandig. Het zelfstandig lezen wordt ondersteund door de begeleider. Het is van het grootste belang geen spanning te laten ontstaan doordat het niet lukt een woord te lezen. Deze kinderen leren niet van het moeizaam decoderen van een woord; ze kunnen dat woord de volgende keer weer even moeizaam decoderen. Het is in hun belang om een vloeiend voorbeeld te krijgen op het moment dat ze er niet uitkomen, dat vergroot de kans dat het woord de volgende keer wel in één keer wordt opgeroepen. In een latere fase van de begeleiding schrijft het kind woordjes uit de tekst van kaartjes over op een transparant oefenbordje. Vervolgens leest het kind de woorden in de volgorde waarin ze zijn opgeschreven en daarna nog twee keer in wisselende volgorde, waarbij het kind zelf de kaartjes mag schudden.

De sessies duren twintig tot veertig minuten. De duur is afhankelijk van de vraag of er tijdens de RALFI - sessie ook tijd wordt ingeruimd voor voorlezen en zelfstandig lezen. Het verdient aanbeveling om dit wel te doen.

Er wordt binnen RALFI en Connect gewerkt volgens een vast schema. Het strak hanteren van dit schema geeft veiligheid en een grote kans op succeservaringen.

Beide programma’s zijn niet geschikt voor kortlopende behandelplannen.